Waarom volledig elektrisch rijden zelfs voor de koning nog niet vanzelfsprekend is
Als iemand volledig elektrisch zou moeten rijden, dan is het wel de koning. Een moderne monarch die zichtbaar betrokken is bij duurzaamheid en innovatie; je zou verwachten dat hij vooroploopt in alles wat met elektrificatie te maken heeft. Maar de realiteit is, zoals zo vaak in de energietransitie, net iets complexer.
24 April 2026
In het kort
Koning Willem-Alexander staat erom bekend dat hij meer is dan slechts een passagier; hij is namelijk letterlijk en figuurlijk ook een bestuurder. Ondanks zijn monarchale status is hij er niet vies van om zelf achter het stuur te kruipen, of het nou een KLM-vliegtuig is, of zijn persoonlijke Tesla Model X.
De staatsauto: hybride in plaats van volledig elektrisch
Privé rijdt hij wellicht volledig elektrisch, maar voor officiële gelegenheden nog niet. Hiervoor beschikt hij over de staatslimousine met kenteken AA-86. Op dit moment is dit een aangepaste Audi A8 L 60 TFSI e. Dit is een plug-in hybrid, geen volledig elektrische auto. Hoewel dit wellicht wat ouderwets voelt, heeft het wel een goede reden.
De auto is zodanig aangepast dat het geen standaard sedan meer is, maar een zwaar bepantserde limousine. Dit om de veiligheid van de koninklijke familie te waarborgen. Het gewicht van dit voertuig gaat dan ook richting de vier ton, wat te dicht in de buurt komt van de grenzen van wat batterijtechnologie aankan. Een zwaar voertuig kost vanzelfsprekend meer elektriciteit dan gemiddeld. Daarnaast moet het voldoen aan extreme veiligheidseisen. Het voertuig moet direct kunnen wegrijden wanneer dit nodig is, en lange afstanden kunnen rijden zonder dat het halverwege nodig is om hem te laden. Maximale betrouwbaarheid is een vereiste die een volledig elektrische variant momenteel nog niet kan waarborgen.
Achter de schermen
Het is altijd belangrijk om naar het totaalplaatje te kijken. Waar het officiële staatsvoertuig wellicht nog ‘slechts’ een hybride is, is de Dienst van het Koninklijk Huis wel volop bezig met elektrificatie. Alle ondersteunende voertuigen – denk aan personeelsauto’s – zijn in hoog tempo vervangen door volledig elektrische modellen. Zo werken ze met de Audi Q8 e-tron en de Volkswagen ID.7. Waar het kan, gebeurt het dus ook.
Dit is een goed voorbeeld van hoe de energietransitie in de praktijk werkt: niet alles tegelijk, maar wel alles zo snel mogelijk binnen de grenzen van wat technisch en operationeel haalbaar is.
De aanjager van de echte transitie
Naast het voertuig dat hij zelf rijdt, is het misschien nog wel belangrijker wat hij mogelijk maakt. In 2019 lanceerde koning Willem-Alexander in Utrecht het eerste grootschalige bidirectionele laadnetwerk (V2G) ter wereld. Hij flipte letterlijk de switch van een steeds belangrijker wordende technologie.
Dit is vooral belangrijk voor het grotere plaatje. De impact van elektrificatie zit niet alleen in auto’s, maar in het energiesysteem erachter. Denk aan voertuigen die energie terugleveren aan het net, flexibiliteit in vraag en aanbod en de integratie van hernieuwbare energie. Dit is dan ook exact het domein waarin partijen zoals E-Flux vandaag de dag verder opschalen.
Elektrificatie is geen alles-of-niets situatie
Het is makkelijk om de energietransitie te bekijken in zwart-wit: je rijdt elektrisch, of je loopt achter. Maar de realiteit is toch net even anders. De koning is hierin het perfecte voorbeeld dat laat zien dat het ook mogelijk moet zijn en de balans daarin is soms goed genoeg.
Belangrijker dan het perfect doen is de vraag of iemand bijdraagt aan vooruitgang, en bij de koning is dat zeker het geval. De energietransitie draait niet om perfectie, maar om progressie. Het gaat om het maken van de juiste keuzes, op het juiste moment, binnen de grenzen van wat kan.
En daarbij geldt: elke stap in de goede richting is er een.


